Formatief handelen: betekenis en wat het in de praktijk inhoudt

Formatief handelen betekent dat je als leraar continu informatie verzamelt over waar leerlingen staan in hun leerproces, die informatie interpreteert en er vervolgens actie op onderneemt. Het gaat niet om een toets aan het einde van een periode, maar om een doorlopende cyclus van waarnemen, begrijpen en bijsturen, zowel door de leraar als door de leerling zelf.

Dat klinkt misschien vaag, maar het verschil met gewoon lesgeven zit in die laatste stap: de actie. Informatie verzamelen is pas formatief als je er ook iets mee doet. Een vinger opsteken, een quizvraag of een klassengesprek worden pas onderdeel van formatief handelen als de uitkomst invloed heeft op wat er daarna in de les gebeurt.

Wat de betekenis van formatief handelen precies inhoudt

De meest gebruikte definitie komt van de Britse onderwijsonderzoeker Dylan Wiliam. Volgens hem gaat het om een cyclus waarin drie vragen centraal staan: waar wil de leerling naartoe, waar staat de leerling nu, en hoe komt de leerling daar? Die vragen gelden niet alleen voor de leraar, maar ook voor de leerling zelf en voor medeleerlingen. Formatief handelen is daarmee breder dan alleen de leraar die feedback geeft.

Het woord “formatief” komt van het Latijnse “formare”, wat vormen of vormgeven betekent. Het handelen vormt het leerproces terwijl het plaatsvindt. Dat is precies het onderscheid met summatief toetsen, waarbij je achteraf vaststelt wat iemand heeft geleerd, zonder dat de uitkomst nog invloed heeft op het leerproces.

De cyclus in de praktijk

Formatief handelen werkt in een vaste cyclus van drie stappen. Die stappen volgen elkaar steeds op, ook meerdere keren binnen één les.

  • Verzamelen: je haalt informatie op over het denken van leerlingen. Dat kan via een vraag aan de klas, een korte schrijfopdracht, een digitale stemronde of een gesprek.
  • Interpreteren: je beoordeelt wat die informatie zegt over het begrip van de leerling. Begrijpt de leerling de stof al, of zit er een misvatting in het denken?
  • Actie ondernemen: op basis van die interpretatie pas je je les aan, geef je gerichte feedback, laat je leerlingen elkaar uitleggen of vertraag je het tempo.

Stel: je geeft een rekenles en vraagt de klas via een minitaakje om een breuk om te zetten. Je ziet dat de helft van de leerlingen de noemer en teller omdraait. Dat is een signaal. Je stopt met de les, bespreekt die specifieke fout klassikaal en past je volgende opdracht aan. Dát is formatief handelen in de praktijk.

Vijf basisprincipes die de betekenis verder invullen

Naast de cyclus zijn er vijf principes die samen beschrijven waar formatief handelen op rust. Deze zijn gebaseerd op het werk van Dylan Wiliam en worden breed gebruikt in het Nederlandse onderwijs, ook via platforms als Toetsrevolutie.

  • Leerdoelen en succescriteria verduidelijken: leerlingen weten wat ze moeten leren en hoe goed werk eruitziet.
  • Bewijs van leren verzamelen: de leraar zoekt actief naar informatie over het begrip van leerlingen, niet alleen aan het einde van een les of periode.
  • Feedback geven die leerlingen vooruitbrengt: feedback richt zich op het werk en het denkproces, niet op de persoon of op een cijfer.
  • Leerlingen activeren als leerling van elkaar: leerlingen geven elkaar gerichte terugkoppeling op basis van de succescriteria.
  • Leerlingen activeren als eigenaar van hun eigen leren: leerlingen leren zichzelf beoordelen en sturen hun eigen leerproces bij.

Samen vormen deze vijf principes een compleet beeld van wat formatief handelen inhoudt. Het gaat dus verder dan de leraar alleen: ook de leerling speelt een actieve rol.

Wat formatief handelen niet is

Een veelvoorkomend misverstand is dat formatief handelen gelijk staat aan veel toetsen afnemen zonder cijfers. Dat klopt niet. Een toets zonder cijfer is alleen formatief als de uitkomst daadwerkelijk invloed heeft op het onderwijs daarna. Een toets die je afneemt, nakijkt en daarna opbergt, is geen formatief handelen, ook al geef je er geen cijfer voor.

Formatief handelen is ook geen methode of programma dat je “invoert”. Het is een manier van denken over onderwijs, waarbij je voortdurend afstemt op wat leerlingen op dat moment nodig hebben. Dat vraagt tijd, oefening en een veilige sfeer in de klas, want leerlingen moeten durven laten zien wat ze nog niet snappen.

De betekenis van formatief handelen zit dus niet in de techniek of het instrument dat je gebruikt, maar in de intentie erachter: informatie gebruiken om het leerproces in beweging te houden. Dat maakt het tegelijk een krachtige aanpak én een die in de praktijk veel vraagt van zowel leraren als leerlingen.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *