Digitale tools kiezen die daadwerkelijk gebruikt worden

Digitale tools kiezen die daadwerkelijk gebruikt worden

De aanschaf van een nieuwe tool begint vrijwel altijd hoopvol. Er is een probleem, er is een demo die er overtuigend uitziet en er zijn collega’s die er zin in hebben. Een half jaar later blijkt een deel van het team teruggevallen op de oude werkwijze, terwijl het abonnement nog netjes op de kostenplaats staat. Dat patroon komt in veel organisaties voor, van kleine ondernemingen tot onderwijsinstellingen met honderden medewerkers.

Dit artikel gaat over de vraag waarom dat gebeurt en wat je er vooraf aan kunt doen. Achtereenvolgens komen aan bod: de meest voorkomende redenen dat software stilvalt, de afwegingen die je maakt voordat je iets aanschaft, hoe je klein test zonder je meteen vast te leggen, en wat er nodig is om het gebruik op langere termijn overeind te houden.

Waarom software na een paar maanden stilvalt

Als een tool niet aanslaat, ligt dat zelden aan de software zelf. De meeste pakketten doen ruimschoots wat ze beloven. Het probleem zit vaker in de aanleiding, het eigenaarschap en de invoering.

Het probleem was vooral van één persoon

Een tool wordt regelmatig aangeschaft omdat één medewerker of leidinggevende ergens tegenaan liep. Die ervaart de irritatie dagelijks, de rest van het team veel minder. Wie het knelpunt niet voelt, ziet vooral extra werk in het bijhouden van een nieuw systeem. Het is daarom de moeite waard om vooraf na te gaan of het probleem breed genoeg wordt herkend, en of collega’s hetzelfde beeld hebben van wat er beter moet.

Niemand is eigenaar van de tool

Bij aanschaf is er meestal wel iemand enthousiast, maar zelden iemand formeel verantwoordelijk. Als die enthousiasteling van functie verandert of een drukke periode ingaat, valt het beheer stil. Rechten worden niet meer bijgewerkt, structuren lopen door elkaar en nieuwe medewerkers krijgen geen uitleg. In de praktijk komt het beheer vaak terecht bij office managers, management- en directieassistenten, simpelweg omdat bij hen de dagelijkse werkstromen samenkomen. Op een vakplatform als Secretaressenet is goed te zien hoeveel praktijkkennis over digitale hulpmiddelen juist bij deze beroepsgroep zit. Zonder aangewezen eigenaar verwatert elk systeem, hoe goed het ook is.

De oude werkwijze blijft ernaast bestaan

Dit is de meest hardnekkige oorzaak. Zolang taken ook nog per mail rondgaan en in een gedeeld document worden bijgehouden, ontstaat dubbel werk. Medewerkers kiezen dan begrijpelijkerwijs de route die zij het snelst vinden, en dat is de vertrouwde. Een nieuwe werkwijze werkt pas wanneer de oude er op een afgesproken moment daadwerkelijk uitgaat.

Begin bij het werkproces, niet bij de functielijst

Bij het vergelijken van pakketten is de verleiding groot om functieoverzichten naast elkaar te leggen. Die lijsten zeggen weinig over de dagelijkse praktijk. Of het nu gaat om een uitgebreide bedrijfsapplicatie of om een eenvoudig visueel takenbord zoals trello, de vraag blijft dezelfde. Nuttiger is het daarom om eerst een bestaand proces uit te schrijven: wie doet wat, in welke volgorde, en waar loopt het vast. Denk aan het voorbereiden van een overleg, het inwerken van een nieuwe medewerker of het afhandelen van een aanvraag.

Met zo’n beschrijving in handen wordt de vraag concreet. Neemt de tool stappen weg, of voegt hij er juist een toe? Voorkomt hij dat informatie op vijf plekken tegelijk staat? Vaak blijkt dat een deel van het knelpunt niet technisch is, maar zit in onduidelijke afspraken over wie waarvoor verantwoordelijk is. Software lost dat niet op, maar maakt het wel zichtbaar.

Vijf afwegingen voordat je iets aanschaft

De onderstaande vragen zijn eenvoudig te beantwoorden en filteren in de praktijk de meeste teleurstellingen eruit. Ze gaan bewust niet over functionaliteit, maar over de omstandigheden waaronder een tool blijft leven.

AfwegingVraag die je vooraf beantwoordt
Aansluiting op het werkSluit de tool aan op de manier waarop collega’s nu al werken, of vraagt hij om een compleet nieuwe routine?
EigenaarschapWie beheert de omgeving, geeft toegang en is aanspreekpunt bij vragen?
InstapdrempelKan iemand zonder training binnen een kwartier zelfstandig aan de slag?
Gegevens en toegangWaar staat de informatie, wie kan erbij en hoe halen we alles eruit als we stoppen?
Totale kostenWat kost het per gebruiker per jaar, inclusief beheer, koppelingen en uitbreidingen?

Vooral de laatste vraag wordt onderschat. Een abonnement van enkele euro’s per gebruiker per maand oogt bescheiden, maar bij dertig medewerkers en een paar betaalde uitbreidingen loopt dat op tot een structurele post die jaarlijks terugkomt. Reken die post door voor drie jaar, dan ontstaat een eerlijker beeld.

Klein testen met een visueel takenbord

Een goede manier om te toetsen of een digitale werkwijze past, is beginnen met één afgebakend proces en een tool die weinig uitleg vraagt. Visuele takenborden lenen zich daar goed voor. Het principe is eenvoudig: kolommen staan voor de fase waarin het werk zich bevindt, kaarten staan voor de taken zelf, en iedereen ziet in één oogopslag waar iets staat.

Veel van deze borden kennen een gratis versie die voor een proef ruimschoots volstaat. Daardoor kun je een maand meelopen met echte taken zonder een aanbesteding of een jaarcontract. Blijkt na die maand dat het bord dagelijks wordt geopend, dan is dat een sterker signaal dan welke demo ook. Blijkt het na twee weken stil te vallen, dan heb je waardevolle informatie tegen verwaarloosbare kosten.

Houd de proef beperkt tot één team en één proces. Wie meteen de hele organisatie meeneemt, kan achteraf niet vaststellen of de tegenvallende resultaten aan de tool lagen of aan de invoering.

De invoering bepaalt het meeste

Bij de meeste implementaties zit het verschil tussen slagen en stranden in een paar organisatorische keuzes. Deze zijn niet ingewikkeld, maar ze worden vaak overgeslagen omdat ze geen onderdeel zijn van de aanschaf.

  • Wijs iemand aan als aanspreekpunt en geef die persoon er ook tijd voor.
  • Spreek af welke informatie vanaf welke datum niet meer per mail rondgaat.
  • Zet de basisstructuur één keer goed neer en houd die zo eenvoudig mogelijk.
  • Plan een evaluatie na drie maanden en durf op dat moment ook te stoppen.

Het aanspreekpunt hoeft geen ICT-achtergrond te hebben. Belangrijker is dat iemand dicht bij het dagelijkse werk staat en snel merkt waar het niet loopt. Het loont om die kennis al bij de keuze te betrekken, in plaats van pas bij de uitrol.

Beheer, kosten en het moment om te stoppen

Na een geslaagde proef verschuift de aandacht naar beheer. Leg vast wie accounts aanmaakt en intrekt, zeker bij vertrekkende medewerkers. Controleer waar de gegevens worden opgeslagen en of dat past bij het soort informatie dat erin komt te staan. Ga ook na hoe je alles er weer uit krijgt, want dat is precies het moment waarop een overstap later duur of pijnlijk wordt.

Even belangrijk is de vraag wanneer je stopt. Organisaties stapelen in de loop van de jaren tools op, waarbij oude abonnementen doorlopen omdat niemand ze opzegt. Een jaarlijkse inventarisatie van alle actieve licenties, inclusief het feitelijke gebruik, levert vaak meer op dan de volgende aanschaf. Een tool die niemand meer opent, kost niet alleen geld maar zorgt ook voor versnipperde informatie.

Tot slot

Een tool die daadwerkelijk gebruikt wordt, is zelden de tool met de langste functielijst. Het is de tool die aansluit op een proces dat mensen herkennen, die iemand beheert en waarbij de oude werkwijze op enig moment echt is losgelaten. Wie eerst het werkproces beschrijft, klein test met een groep die er dagelijks mee werkt en na drie maanden eerlijk evalueert, houdt uiteindelijk minder software over. Maar wel software die iets oplevert.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *