Bij formatief handelen gebruik je tijdens het leerproces kleine checks om te zien waar leerlingen staan, zodat je je onderwijs daarop aanpast. Concrete voorbeelden van formatief handelen zijn: exit tickets, duimvragen, whiteboards, peerfeedback en de driehoeksgesprekken tussen docent, leerling en ouder. Elk voorbeeld heeft één doel: je beslissing over de volgende stap baseren op wat je hoort of ziet, niet op een gevoel.
Wat maakt een werkvorm formatief?
Niet elke werkvorm is automatisch formatief. Het verschil zit in wat je er vervolgens mee doet. Een toets waarvan de score alleen in het cijferboek belandt, is summatief. Diezelfde toets waarbij je de volgende les je uitleg bijstuurt op basis van de resultaten, is formatief. De kernvraag is steeds: “Waar staat deze leerling nu, en wat is de logische volgende stap?” Zonder die vraag en dat vervolghandelen is er geen formatief handelen.
Zeven praktische voorbeelden van formatief handelen
Hieronder staan zeven werkvormen die docenten direct kunnen inzetten. Ze variëren in tijd en inzet, van dertig seconden tot een halve les.
- Exit ticket. Aan het einde van de les schrijven leerlingen op een Post-it of digitaal kaartje het antwoord op één gerichte vraag. Jij leest de antwoorden na de les en besluit of je de volgende les met herhaling begint of verder kunt gaan.
- Duimvraag of handopsteek. Je stelt een stelling en leerlingen geven duim omhoog, omlaag of zijwaarts aan. Snel, anoniem genoeg om eerlijk te zijn, en bruikbaar om te zien of de groep klaar is voor een volgende stap.
- Whiteboards of mini-borden. Leerlingen schrijven hun antwoord op een uitwisbaar bordje en houden dit tegelijk omhoog. Je ziet in één oogopslag wie het begrijpt en wie niet, zonder dat leerlingen elkaars antwoord kunnen afkijken.
- Peerfeedback met criteria. Leerlingen beoordelen elkaars werk aan de hand van een duidelijke rubric of checklist. Door hardop te verwoorden wat goed gaat en wat beter kan, verdiepen ze hun eigen begrip en leer jij welke criteria nog onduidelijk zijn.
- Harkoma (Handen, Recht omhoog, Kies, Of, Maak antwoord). Een gestructureerde vraagvorm waarbij je leerlingen eerst zelf laat nadenken, dan in paren overlegt, en pas daarna een antwoord deelt. De tussenstap in paren geeft zwakkere leerlingen meer veiligheid om mee te doen.
- Vier hoeken. In de klas hangen bordjes met “helemaal eens”, “eens”, “oneens” en “helemaal oneens”. Leerlingen lopen naar de hoek die hun antwoord weerspiegelt en lichten dat kort toe. Jij ziet direct waar de meeste onduidelijkheid zit.
- Digitale polls of quiztools. Met tools zoals Mentimeter of Kahoot stel je een meerkeuzevraag. Het voordeel: je ziet meteen een verdeling en kunt die als gespreksstarter gebruiken, zonder namen te noemen.
Formatief handelen in de praktijk: zo ziet het eruit
Stel je geeft een les over breukrekenen aan een klas in groep 7. Halverwege de les laat je leerlingen op hun mini-bordje de uitkomst schrijven van één rekensom. Je ziet dat acht van de vijfentwintig leerlingen de teller en noemer omdraaien. In plaats van de les gewoon af te maken, stop je kort en behandel je dat specifieke onderdeel opnieuw met een concreet model op het bord. Dat is formatief handelen: je past je les aan op wat je ziet, niet op wat je had gepland.
Een ander voorbeeld: een docent Engels laat leerlingen elkaars schrijfopdracht beoordelen met de vraag “Staat in elke alinea een duidelijke hoofdzin?” Terwijl leerlingen dit doen, loopt de docent rond en luistert mee. Ze hoort dat veel leerlingen het begrip “hoofdzin” verkeerd interpreteren. Dat is waardevolle informatie die ze de volgende les meeneemt in haar uitleg.
Wanneer formatieve werkvormen juist niet werken
Formatief handelen werkt alleen als leerlingen eerlijk antwoorden. Dat lukt minder goed als er een afrekencultuur in de klas heerst, waarbij leerlingen bang zijn om fouten te laten zien. Anonieme werkvormen (zoals digitale polls of tegelijk omhoog houden van borden) verlagen die drempel. Bovendien heeft formatief handelen geen zin als je als docent de informatie niet actief gebruikt. Snel een duimvraag stellen en dan toch gewoon doorgaan met de geplande stof, dat is geen formatief handelen, dat is een ritueel.
De meest bruikbare voorbeelden van formatief handelen zijn laagdrempelig, snel en direct gekoppeld aan een beslissing over je volgende stap. Begin met één werkvorm, bouw er een gewoonte van, en voeg pas meer toe als die eerste werkvorm echt onderdeel is van je dagelijkse lespraktijk.

