Verlof voor jonge ouders is in een klein bedrijf vooral een rekensom

Een installatiebedrijf met elf mensen. De jongste monteur wordt in oktober vader en legt begin september al een brief op het bureau, netjes twee maanden vooraf: of hij vanaf november tot de eerste verjaardag van zijn dochter elke vrijdag vrij kan krijgen. Zijn werkgever zegt ja. Zo iemand wil je houden. Pas ’s avonds begint het rekenen. Een jaar lang elke vrijdag komt neer op zo’n 45 werkdagen, en bij een werkweek van 40 uur is dat vrijwel precies het deel waar in het eerste levensjaar een uitkering tegenover staat. Maar hoeveel uur houdt de monteur daarna nog over? En wat gebeurt er met dat saldo als hij volgend jaar naar 36 uur wil?

Zesentwintig keer de werkweek, en dat per kind

De wet rekent in uren. Iedere werknemer met een kind onder de acht heeft recht op 26 keer zijn wekelijkse arbeidsduur aan ouderschapsverlof, en dat geldt per kind. Bij 40 uur is dat 1.040 uur, bij 24 uur 624. Sinds augustus 2022 zijn de eerste negen weken daarvan deels betaald: UWV keert 70 procent van het dagloon uit, tot een wettelijk maximum, op voorwaarde dat die weken vóór de eerste verjaardag worden opgenomen. De overige zeventien weken zijn onbetaald, tenzij de cao iets anders regelt, en mogen tot de achtste verjaardag worden opgenomen, desnoods verspreid over jaren.

Weigeren kun je als werkgever niet. Bij een zwaarwegend bedrijfsbelang mag je wel over de spreiding in gesprek, maar het recht zelf staat vast. En dat recht beweegt mee met het contract, want het hangt aan de werkweek. Wie van 40 naar 32 uur gaat, houdt minder uren over dan de oude som beloofde. Verandert het contract, dan moet je het resterende ouderschapsverlof berekenen met de nieuwe werkweek als uitgangspunt, en dat is precies het moment waarop het regeltje in Excel van vorig jaar stilletjes fout gaat.

Steeds vaker vraagt de vader het aan

Lang was zo’n brief van een monteur iets voor de uitzondering. Dat kantelt. Volgens het CBS nam in 2025 een derde van de vaders in loondienst met een kind onder de acht ouderschapsverlof op, tegen 27 procent twee jaar eerder. Bij moeders ging het van 33 naar 35 procent, en het gat tussen beide groepen wordt dus kleiner.

Wie daar het meeste van merkt, staat in de evaluatie van de regeling die het ministerie van Sociale Zaken deze zomer liet uitvoeren, onder meer door SEO Economisch Onderzoek: werkgevers met minder dan vijftig medewerkers. Zij noemen extra werkdruk voor collega’s en organisatorische puzzels. Uit datzelfde onderzoek blijkt dat vaders het verlof vaker opnemen als de werkgever het loon aanvult tot honderd procent. Wie dat als klein bedrijf doet, koopt er binding mee. En een extra administratie, want dan moet je ook bijhouden welke uren UWV betaalt en welke jij aanvult.

Toch is het gedoe dat kleine werkgevers ervaren voor het grootste deel een administratieprobleem, en pas in de tweede plaats een bezettingsprobleem. Een monteur die een dag per week weg is, kun je inplannen. Een saldo waarvan niemand meer zeker weet of het klopt, niet.

De uitkering komt achteraf

De betaalde weken lopen via UWV, de aanvraag loopt via jou. Indienen kan pas nadat de medewerker een deel van het verlof daadwerkelijk heeft opgenomen, en UWV maakt het geld daarna meestal binnen enkele weken over, in de regel aan jou als werkgever. Ondertussen beslis jij of je het loon voorschiet of wacht tot het binnen is. Bij één monteur is dat te overzien. Maar hij is zelden de enige. De officemanager is uitgerekend in maart, en de planner heeft van zijn dochter van vijf nog zeventien onbetaalde weken staan die hij ooit nog wil gebruiken.

Dan lopen er saldo’s naast elkaar die zich elk anders gedragen. Betaald verlof met een harde einddatum, de eerste verjaardag. Onbetaald verlof met een looptijd van acht jaar. Aanvullingen uit eigen zak die op de loonstrook goed moeten landen. Wie eens goed kijkt naar wat er in de verlofregistratie te verbeteren valt, begint meestal daar: een eigen saldo per kind, waarin de betaalde uren los staan van de onbetaalde en de deadline van het betaalde deel in beeld blijft, zodat je in december niet ontdekt dat iemands negen weken op 31 oktober zijn verlopen.

Simpeler wordt het pas in 2028

Dat het ingewikkeld is, vindt Den Haag inmiddels zelf ook. Het kabinet wil de Wet arbeid en zorg vervangen door een Verlofwet die de huidige stapel regelingen terugbrengt tot drie pijlers, waarbij ouderschapsverlof samen met zwangerschaps- en geboorteverlof onder verlof voor ouders valt. De internetconsultatie sloot op 10 augustus. De streefdatum voor invoering is 1 januari 2028, en die datum is al eens naar achteren geschoven. Aan de duur en de hoogte van het verlof verandert het voorstel weinig; het moet vooral de wirwar aan termijnen en aanvraagregels opruimen.

Tot die tijd is de rekensom van jou. De monteur krijgt zijn vrijdagen, en dat is terecht. Zorg alleen dat je in november al weet hoeveel uur er na die vrijdagen nog overblijft, want in maart komt hij vragen of hij voor de zomer ook nog twee weken achter elkaar mag.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *